1. Dat dorps- en wijkbudgetten in stand gehouden worden.
2. Dat het Stimuleringsfonds dorpen en wijken gehandhaafd blijft, wel in een nieuwe vorm.
3. Dat er een Milieu/Duurzaamheid Stimuleringsfonds wordt gevormd.
4. Dat het Economisch beleid gericht wordt op duurzame en milieuvriendelijke bedrijfsontwikkeling.
5. Een gedegen meer-jaren onderhoudsprogramma nota gemeentelijk vastgoed opstellen, zodat verpaupering wordt tegengegaan.
6. Verdere ontwikkeling van de drie economische hoofdpijlers: milieuvriendelijke/ duurzame industrie, handel & dienstverlening, toerisme & recreatie .
7. Dat lokale lasten stijgen met maximaal het inflatiepercentage.
8. Een plafond aan reserves waarbij buffers uitvoering sociaal domein voldoende zijn en er ook ruimte is voor verdere ontwikkelingen.
9. Krachten van stad en platteland bundelen voor sterk toerismebeleid.
10. Voor gemeentelijke eigendommen en groot materieel planmatig een meerjarig onderhouds- en vervangingsprogramma moet komen.
11. Mogelijkheden Europese Subsidies maximaal benutten.
12. Bedrijventerreinen alleen bij de grotere kernen en dan alleen in beperkte mate voor bedrijven met een plaatselijke functie en zonder woningen.
13. Dat de gemeente zich inzet voor het ontstaan van één grensoverschrijdend verzorgingsgebied voor burgers en bedrijven in het grensgebied.